Woordkaartjes

Hier vind je woordkaartjes bij de methode Veilig Leren Lezen.
De woordkaartjes zijn per kern gemaakt.


Kern 1  Kern 2 Kern 3

Kern 4 Kern 5 Kern 6
 

Kern 7 Kern 8 Kern 9

Kern 10 Kern 11 Kern 12



Lesideeën bij de woordkaartjes

Zoek een maatje
Geef alle leerlingen één woordkaartje. Laat de leerlingen door de klas lopen. Op het moment dat jij een geluidsignaal geeft, vormen de leerlingen een tweetal met de leerling die het dichtst in de buurt staat. Om de beurt lezen zij hun woordje voor. Wanneer het geluidsignaal opnieuw gaat, wisselen de leerlingen van kaartje en lopen ze weer door de klas.

Lezen in tweetallen
Geef de leerlingen per tweetal een stapel kaartjes. Één leerling begint met het voorlezen van de woordjes. De andere leerling controleert of de woordjes goed voorgelezen worden. Als alle woordjes zijn voorgelezen, worden de rollen omgedraaid.

Bingo
Geef alle leerlingen een stapel kaartjes. De leerlingen mogen ieder 9 woordjes uit de stapel kiezen. Deze leggen ze op hun tafel neer. De kaartjes die overblijven, leggen ze op een stapeltje op de hoek van hun tafel.
De leerkracht leest nu steeds een woordje voor. Als je leerlingen dat woordje op hun tafel hebben liggen, mogen ze deze omdraaien. Het kaartje blijft omgedraaid op de tafel liggen.
De leerling die als eerst alle 9 woordjes omgedraaid heeft, is de winnaar.