Taal
Korte spelletjes

Woorden maken,groep 3-8                    

De leerlingen werken voor deze opdracht in groepjes. Ieder groepje krijgt een kladblaadje.

Zet verschillende letters door elkaar op het bord. De leerlingen moeten nu zoveel mogelijk woorden bedenken met de letters die op het bord staan. Alle letters mogen maar ťťn keer gebruikt worden.
De woorden die ze bedacht hebben, schrijven ze op het kladblaadje.

Na een paar minuten bespreek je welke woorden ieder groepje bedacht heeft. Het groepje dat de meeste woorden heeft bedacht, heeft gewonnen.


Zoveel mogelijk woorden met de letter ...., groep 3-8

De leerlingen werken voor deze opdracht in groepjes. Ieder groepje heeft een kladblaadje nodig.

De leerkracht schrijft een letter op het bord, bijvoorbeeld de letter A. Daarna vertelt de leerkracht van welke categorie er woorden gezocht moeten worden, bijvoorbeeld de categorie 'Dieren'.  De leerlingen moeten nu zoveel mogelijk diersoorten opschrijven die met de letter A beginnen.

Voor de hogere groepen kun je moeilijkere categorieŽn bedenken, zoals de categorie 'Landen' of 'Plaatsnamen'.

Aan het eind bespreek je welke woorden de leerlingen gevonden hebben. Het groepje met de meeste goede woorden heeft gewonnen.