Mix en koppel 

Alle leerlingen krijgen een kaart  met daarop een vraag.
Wanneer je bezig bent met het aanleren van keersommen, kun je bijvoorbeeld keersommen
op de kaartjes zetten.

De leerlingen lopen door de klas. Als de leerkracht in zijn handen klapt, zoeken de leerlingen een maatje op dat dichtbij staat.
Eerst stelt ÚÚn leerling zijn vraag.  De ander probeert de vraag te beantwoorden.
De vragensteller controleert of het antwoord goed is. Dan worden de rollen omgedraaid.
De andere leerling stelt nu zijn vraag en het maatje probeert weer te antwoorden. 
Weer wordt gecontroleerd of het gegeven antwoord juist is.

Als beide leerlingen hun vraag gesteld hebben, wordt er gewisseld van kaartjes.
De leerlingen gaan nu op zoek naar een nieuw maatje. Door hun hand in de lucht te steken, 
zien alle leerlingen dat ze een maatje zoeken. Zo kan er snel een nieuw maatje gevonden worden.

In onderstaand filmpje van de site www.leraar24.nl wordt een voorbeeld gegeven van
de werkvorm mix en koppel.