Laat zien 

De klas wordt opgedeeld in groepjes.
Ieder groepje krijgt een stapeltje kaartjes met daarop een vraag.
╔Ún leerling, de nummer 1, leest de vraag voor. De andere leerlingen schrijven het antwoord op.
Als alle leerlingen het antwoord hebben opgeschreven, zegt de nummer 1 'laat zien'.
Alle leerlingen laten hun antwoord zien en de nummer 1 controleert deze antwoorden.
Daarna pakt de nummer 2 een kaartje van de stapel.

Hieronder zie je een voorbeeld van de werkvorm 'laat zien'.