Digitaal prentenboek

Om een digitaal prentenboek te maken moet je eerst een leesboek uitzoeken waarin veel dingen gebeuren. Zo kun je het verhaal later goed opdelen in verschillende gebeurtenissen en kunnen de leerlingen ieder een eigen gebeurtenis tekenen.
Als je een leuk boek gevonden hebt, lees je hem een paar keer voor aan de klas. Zo weten de leerlingen goed waar het verhaal over gaat en hoe het verhaal verloopt.

Als het boek een aantal keer is voorgelezen, deel je het verhaal op in verschillende delen. Zorg ervoor dat er bij ieder deel een goede tekening gemaakt kan worden. Het moet voor de leerlingen dus duidelijk zijn wat ze kunnen tekenen.
Als je het verhaal hebt opgedeeld, kun je met de leerlingen afspreken wie wat gaat tekenen.
Het is het handigst als je achterop de tekeningen schrijft wat er precies getekend is. Zo weet je later goed in welke volgorde je de tekeningen in het digitale prentenboek moet zetten.
Om de tekeningen op de computer te krijgen, kun je het best van iedere tekening een foto maken.

  

Als alle tekeningen af zijn en op de computer staan, moet het verhaal ingesproken worden. Op een laptop of computer zit meestal een microfoontje waarmee je de stemmen op kan nemen. Bij sommige computers neemt de microfoon niet altijd duidelijk op. Gebruik dan een losse microfoon.

Laat de leerlingen de stemmen één voor één inspreken. Zeg tegen de leerlingen welk zinnetje ze mogen opzeggen. Probeer de zinnen niet te lang te maken. Je hoeft niet de exacte tekst uit het leesboekje te laten opzeggen. De zinnen kunnen vaak wat korter gemaakt worden, zodat de leerlingen goed weten wat ze moeten zeggen.

Als alle zinnen ingesproken zijn, moet je de tekeningen en de zinnen in een film zien te krijgen.
Je kunt hiervoor goed het programma 'Pinnacle studio 14' gebruiken. Met dit programma kun je de foto's achter elkaar zetten met de ingesproken zinnen erbij. Daarnaast kun je speciale effecten toevoegen om je digitale prentenboek nog leuker te maken.