5-minuten spelletjes 

5-minutenspelletjes die je in de klas kunt doen.

5-minuten spelletjes

Levend memory
Twee leerlingen zijn de zoekers. Zij worden de klas uitgestuurd.
Zodra de zoekers de klas uit zijn, vormt de rest van de klas tweetallen.
De tweetallen bedenken een beweging. Zodra alle tweetallen een beweging hebben bedacht, gaan ze bij hun eigen tafel staan.
De zoekers mogen daarna de klas weer in komen.

Één zoeker begint met het noemen van twee namen. Deze kinderen laten hun beweging zien.
Als de zoeker een tweetal heeft gevonden, krijgt deze een punt. Hij mag dan nog een keer raden.
Zodra de zoeker twee namen heeft genoemd van kinderen die geen tweetal vormen, mag de andere zoeker raden.
Uiteindelijk heeft de zoeker met de meeste punten gewonnen.


Pictionary
Van tevoren maak je kaartjes met daarop de namen van dieren of voorwerpen.
Je laat één leerling een kaartje trekken. Deze leerling mag op het bord het dier of voorwerp tekenen dat op zijn kaartje staat.
De leerling die als eerst raadt wat er op het kaartje staat, heeft gewonnen.

Dit spel is ook heel leuk om in teams te doen. Je deelt de klas op in twee groepen.
Om de beurt mag iedere groep iemand kiezen om te tekenen. De groep heeft dan één minuut om te raden wat hun groepslid tekent.
Na een aantal beurten, kijk je welke groep de meeste punten heeft behaald.


Maak zoveel mogelijk woorden met de letters van het woord ......
Deel de klas op in kleine groepjes. Ieder groepje heeft een blaadje nodig.
Zet daarna een woord op het bord, bijvoorbeeld het woord 'vakantie'.
De leerlingen moete nu zoveel mogelijk woorden bedenken met de letters van het woord 'vakantie'.
Iedere letter mag slechts één keer gebruikt worden.

Na een paar minuten moeten de leerlingen stoppen met schrijven. Ze geven hun blaadje door aan het groepje naast hen.
De leerlingen kijken dan elkaars blaadje na. Voor ieder goed woord, krijgen de groepjes één punt.
Als alle blaadjes nagekeken zijn, bespreek je welk groepje de meeste punten heeft behaald.


De foto
Een aantal leerlingen mogen vooraan de klas komen staan. Zij gaan op de foto.
Een andere leerling is de fotograaf. Zodra de fotograaf '3, 2, 1, klik' heeft gezegd, gaan de leerlingen in een pose staan.
Ze mogen daarna niet meer bewegen.

De kinderen uit de klas hebben even de tijd om de foto te bekijken. Daarna moeten ze hun ogen dicht doen.
De fotograaf mag dan één ding aan de foto veranderen. Een leerling gaat bijvoorbeeld anders staan of er wordt een voorwerp toegevoegd.
Zodra de fotograaf één ding veranderd heeft, zegt hij dat de klas weer mag kijken. De kinderen moeten nu raden wat er anders is aan de foto.


Twee minuten stil
De leerlingen moeten na twee minuten hun hand omhoog steken.
Ze mogen hierbij niet op hun horloge kijken.
Welke leerling weet het best wanneer de twee minuten voorbij zijn?


Wie ben ik?
Maak van tevoren kaartjes met de namen van dieren of voorwerpen erop.
Één leerling trekt een kaart, maar ziet zelf niet wat er op zijn kaart staat.
De leerkracht laat aan de klas zien wat er op de kaart staat.

De leerling mag nu vragen stellen aan de klas die alleen met 'ja' of 'nee' beantwoord kunnen worden.
Uiteindelijk moet de leerling raden wat er op de kaart staat.



Kijk voor korte taal- of rekenspelletjes bij taal korte spelletjes of rekenen korte spelletjes .